Co-ouderschap staat nergens in de wet. Een verdeling van precies de helft is er ook geen voorwaarde voor. Het is de naam voor een zorgregeling waarbij je kind ongeveer evenveel bij beide ouders woont en jullie de kosten samen dragen. Hoe die regeling eruitziet, spreek je als ouders zelf af. Die afspraken leg je vast in een ouderschapsplan. Daarin staat ook hoe het geld loopt: wie wat betaalt, of er kinderalimentatie bij komt en wie de kinderbijslag en het kindgebonden budget ontvangt.
Welke afspraken co-ouderschap van je vraagt
De wet bevat geen regels voor co-ouderschap, dus jullie bepalen zelf hoe de week van je kind verloopt (bron: Juridisch Loket, 2026). Ongeveer evenveel heeft wel een ondergrens. Dienst Toeslagen ziet je als co-ouder wanneer je kind minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Dat lukt met drie hele dagen per week bij ieder van jullie, met om en om één week of met weken van afwisselend vier en twee dagen (bron: Dienst Toeslagen, 2026).
Het Nibud raadt aan om in elk geval deze punten op papier te zetten (bron: Nibud, 2026):
- het rooster en de verdeling van de tijd over de twee huizen
- de afstand waarop jullie hooguit van elkaar wonen
- de taakverdeling en de manier waarop jullie elkaar op de hoogte houden
- verjaardagen, vakanties en huisregels
- het geld: wie welke uitgaven doet en hoe jullie dat verrekenen
Begin bij het rooster, want daar merkt je kind het meest van. Een jong kind heeft iets anders nodig dan een puber met een bijbaan en een sportclub. Geen van beiden heeft iets aan een schema dat alleen op de agenda’s van de ouders past.
Gezag, inschrijving en zorgverdeling zijn drie verschillende dingen
Veel verwarring ontstaat doordat drie begrippen door elkaar lopen. De zorgverdeling gaat over de dagen waarop je kind bij jou is. Het gezag gaat over wie beslist. Na een scheiding of het einde van een geregistreerd partnerschap houden jullie het gezamenlijk ouderlijk gezag, wat betekent dat jullie allebei verantwoordelijk blijven voor de opvoeding en verzorging (bron: Rijksoverheid, 2026). Dat geldt ook als de dagen ongelijk verdeeld zijn.
De inschrijving is het derde begrip. Je kind staat bij de gemeente op één adres ingeschreven, ook als het in twee huizen woont. In het ouderschapsplan zet je welk adres dat is (bron: Juridisch Loket, 2026). Voor de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslag maakt het niet uit bij wie van jullie je kind staat ingeschreven. Voor de huurtoeslag mogen jullie je kind allebei laten meetellen als medebewoner. Kinderopvangtoeslag krijgt ieder voor de opvanguren die hij of zij zelf betaalt (bron: Dienst Toeslagen, 2026).
Wanneer is een ouderschapsplan verplicht?
Wie een relatie verbreekt en samen minderjarige kinderen heeft, moet in drie situaties een ouderschapsplan maken. Welke geldt, hangt af van de soort relatie die jullie hadden en van het gezag (bron: Rijksoverheid, 2026):
- jullie zijn als ouders getrouwd of geregistreerd partner, met of zonder gezamenlijk gezag
- een ouder en een niet-ouder zijn getrouwd of geregistreerd partner en hebben gezamenlijk gezag
- jullie wonen samen en hebben gezamenlijk gezag, met een aantekening daarvan in het gezagsregister
Zijn jullie getrouwd of geregistreerd partner, dan stuurt de advocaat het plan mee met het echtscheidingsverzoek naar de rechter. Woonden jullie samen, dan lever je het nergens in en bewaar je zelf een kopie. Hebben jullie nooit samengewoond, dan is het plan niet verplicht en mogen de afspraken ook in een contract staan (bron: Juridisch Loket, 2026).
Wat er minimaal in het ouderschapsplan staat
Het plan bevat volgens de Rijksoverheid in ieder geval afspraken over vijf onderwerpen:
- hoe jullie de kinderen bij het plan hebben betrokken
- hoe jullie de zorg en opvoeding verdelen of de omgang regelen
- hoe en hoe vaak jullie elkaar informatie over je kind geven
- hoe jullie samen beslissen over belangrijke onderwerpen, zoals de schoolkeuze
- de kosten van de verzorging en opvoeding, de kinderalimentatie
Het eerste punt is geen formaliteit. Je moet je kind betrekken bij de afspraken die over hem of haar gaan, bijvoorbeeld bij de vraag waar het wil wonen en hoe vaak het de andere ouder ziet. Loopt het plan via de rechter, dan nodigt de rechtbank een kind vanaf 8 jaar uit voor een kindgesprek, waarin de rechter naar zijn of haar mening vraagt (bron: Rechtspraak, 2026). Eigen afspraken over bedtijd, huiswerk of wat jullie in de opvoeding belangrijk vinden mogen erbij.
De kosten van de kinderen verdelen bij co-ouderschap
Twee huishoudens kosten samen meer dan één, omdat huur of hypotheek en inboedel dubbel terugkomen. Het Nibud maakt daarom onderscheid tussen eigen kosten en te verdelen kosten. Eigen kosten maakt ieder huishouden voor zichzelf: boodschappen, de huur, maar ook de tweede fiets of het dubbele schoolmateriaal. Te verdelen kosten zijn uitgaven die één ouder voor het kind doet, zoals verzekeringen, contributies en schoolkosten. Die laatste groep verdeel je op een van deze drie manieren (bron: Nibud, 2026):
|
Manier van verdelen |
Hoe het werkt |
Waar je rekening mee houdt |
|
Naar draagkracht |
Wie meer verdient, betaalt een groter deel |
Jullie delen elk jaar je inkomensgegevens en overleggen als een inkomen verandert |
|
Naar verblijf |
Naar het aantal dagen dat je kind in elk huis is of met een vast bedrag per periode |
Jullie houden bij hoeveel dagen je kind in elk huis is |
|
Ieder de helft |
Beide ouders betalen 50 procent |
Overzichtelijk, maar de ouder die minder verdient ervaart het soms als oneerlijk |
Voor de te verdelen kosten is een aparte gezamenlijke rekening een optie. Zet dan in het ouderschapsplan hoeveel ieder daarop stort en welke uitgaven jullie ervan betalen (bron: Juridisch Loket, 2026).
Kinderalimentatie blijft mogelijk bij een gelijke zorgverdeling
Een hardnekkig misverstand is dat co-ouders elkaar nooit alimentatie betalen. Verdient een van jullie minder, dan heeft die ouder volgens het Juridisch Loket mogelijk recht op kinderalimentatie, ook als de dagen gelijk verdeeld zijn. Bij alimentatie bij co-ouderschap gaat het dus om het verschil in inkomen en niet om het verschil in dagen.
De rechter kijkt eerst naar wat het kind nodig heeft: de behoefte. Daarna volgt wat een ouder kan missen: de draagkracht (bron: Rechtspraak, 2026). Voor de behoefte gebruikt de rechter een tabel. In de versie van 2026 begint het aandeel van de ouders in de kosten van één kind bij 200 euro per maand, bij een netto besteedbaar gezinsinkomen van 2.000 euro. Bij een inkomen van 7.500 euro is dat 985 euro per maand (bron: Behoeftetabel 2026, Rechtspraak).
Daarna telt de zorgregeling mee. Wie de kinderen een deel van de week in huis heeft, betaalt op die dagen al voor ze, bijvoorbeeld aan boodschappen. De rechter houdt daar rekening mee bij het bedrag dat naar de andere ouder gaat.
Drie regels gelden ongeacht de verdeling (bron: Juridisch Loket en Nibud, 2026):
- Jullie blijven financieel verantwoordelijk tot je kind 21 jaar is; vanaf 18 jaar gaat de alimentatie naar je kind zelf.
- Het bedrag stijgt elk jaar op 1 januari met een wettelijk percentage. Voor 2026 is dat 4,6 procent.
- Het LBIO maakt op verzoek en tegen betaling een berekening als jullie niet weten wat een passend bedrag is.
Welk bedrag in jullie situatie klopt, hangt af van beide inkomens en van het rooster. Een mediator of advocaat rekent dat voor jullie door.
Kinderbijslag en kindgebonden budget bij co-ouders
De hoogte van de kinderbijslag verandert niet door de zorgregeling, want die hangt alleen af van de leeftijd van je kind. De SVB verdeelt de kinderbijslag over beide ouders, tenzij jullie iets anders afspreken (bron: Juridisch Loket, 2026). Bij het kindgebonden budget ligt het anders. Dat gaat naar de ouder die bij de SVB als aanvrager van de kinderbijslag staat geregistreerd, ook als jullie de kinderbijslag zelf delen (bron: SVB, 2026).
Wat jullie kiezen, hangt af van het aantal kinderen:
- Bij één kind krijgt één ouder het kindgebonden budget. Jullie bepalen samen wie de aanvrager is.
- Bij twee of meer kinderen kiezen jullie: één ouder is aanvrager voor alle kinderen of jullie zijn allebei aanvrager voor verschillende kinderen. In het tweede geval krijgen jullie allebei kindgebonden budget als ieder aan de voorwaarden voldoet.
Hoe lager het inkomen van de aanvrager, hoe hoger de toeslag. Reken het daarom allebei na met de proefberekening van Dienst Toeslagen voordat jullie de keuze aan de SVB doorgeven.
Als overleg niet lukt of niet veilig is
Co-ouderschap leunt op overleg: jullie nemen samen de grote beslissingen en delen informatie over je kind. Lopen gesprekken steeds vast, dan helpt een mediator om samen tot een oplossing te komen. Lukt dat niet, dan vraag je de rechter om een beslissing. Daarvoor heb je een advocaat nodig (bron: Rijksoverheid, 2026).
Overleg veronderstelt dat jullie als gelijken praten. Is er sprake van controle, dreiging of geweld, dan gaat de veiligheid van jou en je kind voor op elke zorgverdeling. Veilig Thuis is daarvoor gratis en 24 uur per dag bereikbaar op 0800-2000.
Herzie de afspraken als je kind ouder wordt
Een plan dat past bij een kleuter past zelden nog bij een brugklasser. Aanpassen vraagt weinig: zijn jullie het eens, dan zetten jullie de nieuwe afspraak op papier met twee handtekeningen eronder. Naar de rechter hoeft dat niet, ook niet als die het eerste plan heeft goedgekeurd (bron: Rijksoverheid, 2026).
Wacht daar niet mee tot het schuurt. Een nieuwe baan met een ander inkomen betekent dat jullie de kinderalimentatie opnieuw laten berekenen. Een verhuizing verandert het rooster. Dat doet een nieuwe partner ook: zodra daten overgaat in een relatie, komt er een volwassene bij in het leven van je kind. Dat geldt ook als je met die partner eerst een latrelatie hebt.
Je kind mag vanaf 8 jaar een eigen mening geven aan de rechter en ontvangt vanaf 18 jaar de alimentatie zelf. Zet daarom in het plan één vast moment per jaar, bijvoorbeeld in januari, wanneer het alimentatiebedrag toch al verandert. Wissel dan jullie inkomensgegevens uit, loop het rooster na en vraag je kind wat er beter kan.
