Kinderalimentatie berekenen in vier stappen

Kinderalimentatie berekenen in vier stappen

Kinderalimentatie berekenen is één som in vier stappen. Je bepaalt wat je kind per maand kost en wat elke ouder kan missen. Daarna verdeel je de kosten naar verhouding van die draagkracht en trek je de zorgkorting eraf. Rechters rekenen zo met de alimentatienormen van de Rechtspraak, die ook Tremanormen heten en per 1 januari 2026 zijn aangepast (bron: Rechtspraak, Alimentatienormen 2026).

Hieronder loopt één voorbeeld mee met de bedragen van 2026. Het is een voorbeeld en geen advies voor jouw situatie: de normen zijn aanbevelingen en geen wet, dus ouders mogen samen iets anders afspreken en een rechter mag ervan afwijken.

Stap 1 is de behoefte van je kind

De behoefte is het bedrag dat jullie als ouders samen per maand aan je kind uitgaven. De som kijkt daarvoor niet naar je inkomen van nu, maar naar het netto besteedbaar gezinsinkomen rond het moment van uit elkaar gaan. Bij dat inkomen tel je het kindgebonden budget op waar jullie toen recht op hadden. Daarna lees je in de behoeftetabel af welk maandbedrag erbij hoort.

Netto gezinsinkomen per maand

Eén kind

Twee kinderen samen

€ 3.000

€ 350

€ 605

€ 4.000

€ 540

€ 905

€ 5.000

€ 680

€ 1.145

€ 6.000

€ 805

€ 1.375

Dit is een uitsnede uit de behoeftetabel 2026 van de Rechtspraak, die loopt van € 2.000 tot € 7.500 en tot vier kinderen. Ligt jullie inkomen tussen twee grenzen, dan kies je een bedrag ertussenin. Extra ziektekosten voor je kind, zoals de premie van een aanvullende verzekering, komen er nog bovenop.

In het voorbeeld hadden de ouders samen € 5.000 netto per maand en één kind. De behoefte is dan € 680 per maand.

Stap 2 is de draagkracht van elke ouder

De draagkracht is het bedrag dat een ouder per maand kan missen voor de kinderen. Hier telt het inkomen van nu. Beide ouders rekenen het apart uit met hun eigen netto besteedbaar inkomen (NBI). Het NBI is een rekeninkomen uit de alimentatienormen, niet het bedrag op je loonstrook. Vanaf een NBI van € 2.200 geeft de draagkrachttabel 2026 voor ouders onder de AOW-leeftijd een vaste rekenregel:

  1. Neem 30% van je NBI als woonbudget.
  2. Tel daar € 1.365 bij op voor andere noodzakelijke lasten.
  3. Trek die som af van je NBI.
  4. Van wat overblijft is 70% je draagkracht.

Onder de € 2.200 gebruik je de vaste bedragen uit dezelfde tabel. Voor ouders met AOW of met bijzondere lasten gelden andere getallen. In het voorbeeld ziet de som er zo uit:

  • Ouder A heeft een NBI van € 3.200. Woonbudget € 960 plus € 1.365 is € 2.325. Er blijft € 875 over en 70% daarvan is € 612,50.
  • Ouder B heeft een NBI van € 2.200. Woonbudget € 660 plus € 1.365 is € 2.025. Er blijft € 175 over en 70% daarvan is € 122,50.

Stap 3 verdeelt de behoefte over beide ouders

Beide ouders betalen mee, ook de ouder bij wie het kind woont. De rechter verdeelt de behoefte daarom naar verhouding van de draagkracht van allebei (bron: Nibud, Kinder- en partneralimentatie, geraadpleegd in oktober 2026).

In het voorbeeld is de draagkracht samen € 735, genoeg om de behoefte van € 680 te dekken. Ouder A heeft € 612,50 van die € 735 en neemt dus vijf zesde van de behoefte voor rekening: afgerond € 567 per maand. Voor ouder B blijft € 113 over. Is de draagkracht van jullie samen lager dan de behoefte, laat de som dan door een deskundige maken.

Stap 4 trekt de zorgkorting eraf

Je kind is ook bij de ouder die alimentatie betaalt. De rechter houdt daar rekening mee bij het bedrag dat de ene ouder aan de andere betaalt (bron: Juridisch Loket, kinderalimentatie, geraadpleegd in oktober 2026). In de berekening heet dat de zorgkorting: hoe meer dagen je kind bij jou is, hoe lager het bedrag dat je aan de andere ouder betaalt.

Ouder A uit het voorbeeld betaalt dus hooguit € 567 per maand en dat bedrag daalt naarmate het kind vaker bij ouder A is. Hoe de zorgkorting bij een zorgverdeling hoort, staat in het Rapport alimentatienormen 2026, dat je vindt op de pagina over de alimentatienormen van de Rechtspraak. Het LBIO, een mediator of een advocaat rekent deze laatste stap voor je door.

Kinderalimentatie berekenen bij co-ouderschap of één hoofdverblijf

Wat eruit komt, hangt af van waar je kind woont en van jullie inkomens.

Jullie situatie

Wat dat betekent voor de som

Je kind woont het grootste deel van de tijd bij één ouder

Meestal betaalt de andere ouder kinderalimentatie. Alle vier de stappen tellen mee.

Co-ouderschap en jullie inkomens liggen dicht bij elkaar

Ieder betaalt de kosten in het eigen huis. Spreek af hoe je gedeelde uitgaven zoals verzekeringen, contributies en schoolkosten verdeelt: naar draagkracht, naar verblijfsdagen of ieder de helft.

Co-ouderschap en één ouder verdient duidelijk meer

De ouder met het lagere inkomen heeft dan mogelijk toch recht op een bijdrage. Reken stap 2 en 3 door om te zien hoe groot het verschil in draagkracht is.

Je kind is 18, 19 of 20 jaar

De alimentatie loopt door, maar de betaling gaat naar je kind zelf. Verdient je kind zelf genoeg, dan mag het bedrag in overleg omlaag.

De rijen komen uit de uitleg van de Rechtspraak over alimentatie, van het Nibud over co-ouderschap en van het Juridisch Loket over kinderalimentatie (alle drie geraadpleegd in oktober 2026). Verandert er later iets in inkomen of zorgverdeling, dan pas je de afspraken over co-ouderschap en alimentatie aan, in overleg of via de rechter.

Tot wanneer het bedrag geldt en hoe het meestijgt

Kinderalimentatie loopt tot je kind 21 jaar is. Vanaf de achttiende verjaardag krijgt je kind het geld zelf (bron: Rijksoverheid, kinderalimentatie, geraadpleegd in oktober 2026).

Elk jaar op 1 januari stijgt alimentatie mee met de lonen. Per 1 januari 2026 is dat 4,6% (bron: LBIO, indexering alimentatie 2026). Een bedrag van € 500 dat in 2025 is vastgesteld, is in 2026 dus € 523. De ouder die betaalt, past het bedrag zelf aan.

Laat de berekening narekenen voordat je tekent

De uitkomst staat of valt met de inkomens die je invult. Het LBIO maakt voor € 125 een berekening volgens dezelfde alimentatienormen, voor het lopende jaar (bron: LBIO, berekenen alimentatie, tarief oktober 2026). Voor een procedure bij de rechter is een advocaat verplicht (bron: Rechtspraak, alimentatie, geraadpleegd in oktober 2026).

Zet het bedrag daarna in het ouderschapsplan en laat de rechter de afspraken toetsen. Heeft de rechter de bijdrage vastgesteld, dan int het LBIO de alimentatie als een betaling uitblijft (bron: Nibud, Kinder- en partneralimentatie, geraadpleegd in oktober 2026). Speelt er dreiging, controle over geld of geweld, dan is samen aan tafel rekenen geen veilige route: Veilig Thuis is gratis en 24 uur per dag bereikbaar op 0800-2000.

Een kind merkt het als ouders over geld botsen, dus houd de som buiten de gesprekken met je kind. Heeft je kind het zichtbaar moeilijk met de scheiding, bespreek dat dan met de huisarts of de school. Dat blijft gelden als er later een nieuwe partner bij komt, in welke van de soorten relaties dan ook.

Zoek als eerste stap drie getallen bij elkaar: het netto gezinsinkomen van toen en het netto besteedbaar inkomen van elk van jullie nu. Met de twee tabellen van 2026 erbij weet je voor het eerste gesprek al in welke orde van grootte het bedrag ligt.

Vergelijkbare berichten